Vrienden van de Cane Corso

Parasieten


Parasieten zijn levende organismen die andere levende organismen, gastheren genoemd, nodig hebben om te overleven. Er zijn inwendige en uitwendige parasieten.
Onder de inwendige parasieten vallen:

Spoelwormen

Er bestaan twee soorten spoelwormen, namelijk de Belascaris en de Toxascaris. Een hond besmet zich door het inslikken van de eieren, waar al een embryo in aanwezig is. Deze eieren komen uit in de dunne darm. De jonge wormen dringen door de darmwand heen in de bloedvaten en worden door de bloedstroom meegevoerd naar de longen, vanwaar zij via de luchtpijp hun weg vinden naar de keel. Eenmaal in de keel worden zij ingeslikt en keren terug naar het darmkanaal waar zij nu pas in staat zijn via een reeks vervellingen uit te groeien tot volwassen spoelwormen, die op hun beurt zich weer kunnen voortplanten d.m.v. eieren die met de ontlasting worden uitgescheiden.

Een hond zal weinig last ondervinden van een enkele of een paar spoelwormen. Vooral jonge honden kunnen ze in grote getale wel dodelijk zijn. Dit komt doordat de wormen bepaalde toxinen afscheiden, die de gezondheidstoestand van de ‘gastheer’ongunstig beinvloeden. Bij jonge honden zie je bij een wormenbesmetting het ‘wormenbuikje’. Een opgeblazen buik, dat flink opvalt doordat het diertje verder mager is. Het hondje wordt lustelozer en zijn vacht gaat er dof uitzien. Dit komt omdat de wormen een groot deel van de voedingsstoffen ontrekken aan de darminhoud.

Als er sprake is van veel wormen, kan het zijn dat de darm op een bepaald punt wordt afgesloten zodat het voedsel niet meer verder kan in de darmen. De belangrijkste symptomen zijn onregelmatig eten en braken en op toevallen lijkende aanvallen. Bij het braaksel kunnen soms wormen meekomen.

Lintwormen

Lintwormen komen veel voor bij de hond. Het zijn vrij grote wormen die leven in de darmen. Ze zijn relatief onschadelijk. De eipakketten van de lintworm zien eruit als rijstekorrels. De pakketten kruipen zelf uit de anus van de hond, wat tot jeukklachten in die omgeving kan leiden. De meest voorkomende lintworm bij de hond heeft als tussengastheer de vlo. De eieren van de lintworm worden door de vlooienlarven opgegeten. Als een hond dan als hij zichzelf likt, dan kan het dus een besmette vlo oplikken. Zo komt dan de lintworm in de darmen terecht waar die blijft en uitgroeit tot een vrij grote worm. Bestrijding van de lintworm houdt in dat er dus naast een ontworming ook vlooienbestrijding moet plaatsvinden.

Hartwormen

Hartworm is een ziekte die veroorzaakt wordt door de rondworm Dirofilaria immitis. De ziekte hartworm wordt overgebracht via muskieten die met de larven van de rondworm zijn besmet. Deze larfjes worden microfilariën genoemd. Binnen enkele maanden kunnen die uitgroeien tot volwassen wormen van meer dan 20 cm lang. De larven gaan via diverse weefsels en de bloedbaan naar het hart- en/of de longslagaders. Dit is het eindstation van de larven. De wormen produceren volop nieuwe larfjes en zorgen ook voor ernstige klachten. De wormen kunnen jarenlang in leven blijven. In Nederland komt hartworm nog niet voor, maar het vormt wel een toenemend probleem in veel bekende vakantielanden. Voor de honden die meegaan op vakantie is het aan te raden om ook iets te geven tegen de hartworm.

Waar komt hartworm voor?

Beneden de lijn Parijs-Milaan komt deze infectie inmiddels overal voor, met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de PO-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Maar eigenlijk is geen enkel gebied in de Zuid-Europese landen volledig vrij van hartworm. Er kan niet worden voorkomen dat de honden worden gestoken door muskieten dus je moet middelen gebruiken die er voor zorgen dat alle hartwormlarfjes meteen worden gedood zodra ze het lichaam binnendringen. Voor honden die meegaan op vakantie is het aan te raden om bij de rabiësvaccinatie gelijk even aandacht te laten besteden aan hartwormpreventie.

Ontworming

Ontwormingsprodukten bestaan in vorm van pillen, pasta's en zelfs druppeltjes voor in de nek. Ze worden over het algemeen goed verdragen en zijn veilig. Niet alle producten dekken het volledige spectrum, vooral lintwormen vereisen nogal eens een aangepaste behandeling.


Onder uitwendige parasieten wordt verstaan: vlooien, teken, luizen en mijten.

Vlooien

Er zijn drie soorten vlooien: de hondenvlo, de kattenvlo en de mensenvlo. Alledrie kunnen zowel op de hond als op de kat voorkomen. De mensenvlo komt bijna niet meer voor. De kattenvlo komt drie keer zo veel voor als de hondenvlo. De vrouwtjesvlooien zijn het grootst en kunnen wel 50 eitjes per dag leggen en dat 100 dagen achter elkaar. Deze hele kleine eitjes vallen uit de vacht van uw hond of kat op de grond. Dat kan overal zijn, b.v. in de mand, op het kleed, in de tuin etc. Wanneer deze eitjes rust krijgen, komen er na twee tot vier dagen larven uit de eitjes. Deze larfjes zijn zo'n vijf millimeter lang. Zij kruipen in gaatjes en spleetjes of diep in het vloerkleed weg. Na twee à drie weken gaan deze larfjes zich verpoppen. Als pop kunnen zij wel 18 maanden in leven blijven. Onder invloed van trillingen komt de pop uit. Hoe warmer het is, des de sneller gaat de ontwikkeling van ei tot vlo. Vlooien kunnen niet tegen de kou en gaan dood als ze aan vorst hebben blootgestaan. Als de hond regelmatig jeukt, krabt en bijt is er grote kans dat de hond vlooien heeft. Volwassen vlooien zuigen bloed op en dat gaat jeuken. Er zijn veel producten op de markt om vlooien te bestrijden. Vraag er naar bij uw dierenarts of dierenspeciaalzaak.

Luizen

Voornamelijk bij niet goed verzorgde honden komen wel eens luizen voor. Ook puppies kunnen er een enkele keer last van hebben. De meest opvallende klachten zijn jeuk en haaruitval. Vooral op kop en hals. Luizen ‘plakken’ hun eieren (neten) aan de haren van de hond. Ze kunnen ook via contact met andere hond, hondenmand of deken overkruipen.De luizen en neten zijn gemakkelijk te vinden tussen de haren door een netenkammetje of een fijne vlooienkam. Er kan bij twijfel bij de dierenarts ook een haarmonster onder de microscoop gelegd worden om te bekijken.De aandoening is goed en gemakkelijk te behandelen met uitwendige wasmiddelen. Hygiëne en vachtverzorging is heel belangrijk.

Mijten

Deze kleine, ei leggende, insecten veroorzaken schurft bij de hond.

Oorschurft

Deze schurft komt vaak voor bij honden. Klachten kunnen zijn: jeuk aan de oren, veel viezigheid in de oren. De rondkruipende mijten kunnen een flinke irritatie in de uitwendige gehoorgang geven. De mijten die over het trommelvlies kruipen geven vaak een schrikreactie bij de honden. Met speciale oorzalven zijn goede resultaten te behalen.

Huidschurft

Sommige soorten mijten kunnen ernstige klachten geven. Deze insecten kunnen bij alle zoogdieren voorkomen, dus ook bij de mens. De mijten die zich in de huid graven, zijn lastig te bestrijden. Er zijn ook bloedzuigende mijten en roofmijten die van ander ongedierte leven maar irritatie bij de gastheer geven. De hond heeft last van heftige jeuk, haaruitval, huidbeschadigingen en korstvorming. Het is mogelijk dat relatief weinig mijten ernstige klachten geven. Ze zijn lastig te vinden met een gericht huidonderzoek. Er zijn vaak meerdere huidmonsters nodig om de oorzaak te vinden. Met een goed bestrijdingsmiddel is deze aandoening goed te behandelen.

Jeugdschurft

Deze vorm van huidschurft komt vooral bij jonge honden voor. Er zijn wel volwassen honden die er ook last van kunnen krijgen.

Als de hele huid besmet wordt is het zeer ernstig. Meestal zijn er huidbeschadigingen aan kop, hals en poten te zien. Klachten zijn: roodheid en beschadigingen van de huid. Omdat de gravende mijten onder de huid chronisch irriteren kunnen er secundair bacteriële infecties ontstaan. Het is moeilijk om de diagnose te stellen omdat de mijten zich diep in de huid verstoppen, tussen alle onstekingshaarden in. Hoe groter de infectie, hoe lastiger de therapie. De behandeling moet lang genoeg worden voortgezet, met zowel uitwendige als inwendige schurftmiddelen. En regelmatige controle door de dierenarts is belangrijk. De secundaire gevolgen moeten ook behandeld worden.

Teken en de ziekte van Lyme

Teken zijn kleine spinachtige insecten die vooral in bomen en struiken zitten. Ze variëren in grootte van een halve tot enkele millimeters. Ze worden zelden groter dan een centimeter. Teken zijn parasieten. Ze leven van bloed dat ze opzuigen bij mensen en dieren. Sommige teken zijn besmet met een bacterie, die via een beet kan worden overgebracht op mensen en dieren. Op deze manier kan uw hond de ziekte van Lyme (Lyme’s disease) oplopen.

De ziekte van Lyme komt in Nederland vaak voor. Gemiddeld 14% van de teken is besmet met Lyme. De belangrijkste risicofactor op besmetting is de tijd die de teek op de huid doorbrengt. De teek neemt er de tijd voor om zich vol bloed te zuigen. Hoe langer dat duurt, hoe groter de kans dat de hond besmet raakt. Teken moeten dus zo snel mogelijk worden verwijderd. Teken zitten bijna altijd in bomen, struiken en hoge grassen. Als een mens of dier passeert, laat de teek zich vallen en probeert zich vast te bijten in de huid van het slachtoffer. Teken gaan graag op plaatsen zitten waar de huid zacht, vochtig en warm is. Je kunt ze aantreffen achter de oren in de haren, tussen huidplooien, tussen tenen, maar ook op andere plaatsen.

De meeste tekenbeten komen voor in bos- en duingebieden, maar teken voelen zich ook thuis in parken en zelfs kleine stadstuintjes. Tekenbeten komen het vaakst voor als het een beetje warm en vochtig is. Sommige jaren zijn er heel veel teken, andere jaren bijna geen. Behandel de hond regelmatig met een middel tegen vlooien en teken. Controleer 's avonds na verblijf in de natuur de huid op de aanwezigheid van teken. Een teek verwijderen kan met een speciale tekentang. Bij apotheek, drogist, dierenwinkel en dierenarts zijn deze te verkrijgen. Met de tang moet je de teek in zijn ‘nek’ vastpakken en net zolang ronddraaien totdat hij loslaat. Ontsmet de plek, zodra de teek is verwijderd, met jodium of alcohol.


Al onze artikelen zijn puur informatief - Hier kunnen geen rechten aan worden ontleent - Bij twijfel neem contact op met uw dierenarts.


Site Meter